Alexander Pechtold

Alexander Pechtold (Delft, 16 december 1965) is een Nederlandse politicus voor Democraten 66 (D66). Sinds 2006 is hij namens die partij fractievoorzitter in de Tweede Kamer.

Pechtold woonde van zijn derde tot zijn achttiende in Rhoon.

Hij volgde het gymnasium alfa aan het Rotterdamsch Lyceum. Daarna studeerde hij kunstgeschiedenis en archeologie aan de Universiteit Leiden. Tijdens zijn studie werkte hij als veilingmeester bij Van Stockum’s Veilingen te Den Haag. Pechtold haalde in 1995 zijn diploma Veilinghouder. In 1996 behaalde hij zijn doctoraalexamen kunstgeschiedenis en archeologie aan de Universiteit van Leiden.

In 1989 werd Pechtold lid van D66. In 1994 werd hij raadslid te Leiden namens deze partij en in 1996 werd hij wethouder, aanvankelijk met als portefeuille Milieu (1997-2002), vervolgens Sport en Cultuur (1997-2003), Grote Stedenbeleid (1998-2002) en Onderwijs en Verkeer en Vervoer/Parkeren (2002-2003). Hij hield als wethouder tot tweemaal toe (2002 en 2005) een lokaal referendum over de RijnGouweLijn tegen, dat er na zijn aftreden in 2007 alsnog kwam. In 2002 werd hij door het congres van D66 gekozen als landelijk partijvoorzitter en in oktober 2003 werd hij benoemd tot burgemeester van Wageningen. In deze functie haalde hij de landelijke pers door de identificatieplicht een schijnveiligheid te noemen.

Kort na het aftreden van Thom de Graaf als minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties werd Pechtold voorgedragen als diens opvolger in het kabinet-Balkenende II en op 31 maart 2005 beëdigd. In juli 2005 bracht hij een bestuurlijke vernieuwingsagenda uit. Belangrijke onderdelen hiervan zijn de Nationale Conventie en het Burgerforum Kiesstelsel.

Op 18 oktober 2005, een kleine zeven maanden later, kwam Pechtold in opspraak door een interview in het blad Ons Contact van de SGP-jongeren. Hierin zei hij dat premier Balkenende bijdroeg aan de ongerustheid naar aanleiding van terrorisme in de Nederlandse samenleving, door overmatig te waarschuwen voor mogelijke aanslagen. Ook daarna bleef hij regelmatig kritiek uitoefenen op de Haagse politiek en op het kabinet in het bijzonder: in januari 2006 noemde hij de Haagse politiek in maandblad Opzij “veel vuiler en vunziger dan mensen denken”. Dit kwam hem in de ministerraad op een schrobbering door zijn collega’s te staan, die in het openbaar dunnetjes werd overgedaan door vicepremier Gerrit Zalm.

Op 24 juni 2006 werd Pechtold door de D66-leden gekozen tot lijsttrekker voor de Tweede Kamerverkiezingen in november in een intern referendum. Op 29 juni 2006 trok de Tweede Kamerfractie van D66 de steun aan het kabinet in, door haar blijvende onvrede met het vreemdelingenbeleid van minister Verdonk, culminerend in de affaire over de verblijfsstatus en nationaliteit van Ayaan Hirsi Ali.

Koning Beatrix verleende Pechtold op 3 juli 2006 op de meest eervolle wijze ontslag, nadat hij samen met de andere twee bewindslieden van D66, minister Laurens Jan Brinkhorst en staatssecretaris Medy van der Laan daartoe een verzoek had ingediend. Bij die verkiezingen viel zijn partij terug van 6 naar 3 zetels; sindsdien is hij fractievoorzitter. Zo kwam D66 in de oppositie terecht en Pechtold kon zich naar eigen zeggen uitstekend vinden bij zijn nieuwe rol als fractievoorzitter. In 2007 koos de parlementaire pers hem met 31% van de stemmen als ‘Nederlands politicus van het jaar’. In 2008 eindigde hij bij diezelfde verkiezing als tweede, net achter Wouter Bos. In 2009 behaalde Pechtold opnieuw de eerste plaats, gevolgd door Eberhard van der Laan. In 2009 werd ook de eerste Duidelijketaalprijs aan hem toegekend.

Hoewel het aantal Kamerzetels van D66 op een dieptepunt was gekomen, maakte Pechtold tijdens het kabinet-Balkenende IV een ontwikkeling door tot ongekroond woordvoerder van de parlementaire oppositie.

Daaraan wordt ook een heropleving van de partij D66 in de opiniepeilingen toegeschreven. In september 2008 publiceerde het opinieweekblad Vrij Nederland een interview met Pechtold, over hoe hij uitgegroeid was van een kereltje tot dé oppositieleider. (de benaming ‘kereltje’ kwam uit de koker van Volkskrant-columnist Jan Blokker best sports water bottle, die in 2006 over Pechtold schreef “een kereltje, een parmantigerd, en soms zelfs vertederend met z’n ondoelmatige brutale waffel”). In september 2009 werd Pechtold door het Nederlands Debat Instituut uitgeroepen tot “Beste Debater van de Algemene Politieke Beschouwingen 2009”. In november 2009 werd bekendgemaakt dat de ‘Stichting Vrienden van Pim Fortuyn’ aangifte tegen Pechtold had gedaan wegens vermeend haatzaaien. De stichting zag in uitspraken van Pechtold, waarin hij politicus Geert Wilders voor staatsgevaarlijk en extreemrechts had uitgemaakt, een parallel met het politieke klimaat (demonisering) dat rond Pim Fortuyn hing, vlak voordat deze werd vermoord door de milieu- en dierenactivist Volkert van der Graaf.

Tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 behaalde D66 met Pechtold als lijsttrekker 10 zetels; een winst van 7. Na deze verkiezingen onderhandelde Pechtold namens D66 met de VVD, PvdA en GroenLinks over een zogenaamd ‘Paars-Plus-kabinet’, maar deze onderhandelingen liepen stuk. De VVD vormde met het CDA en de PVV een gedoogkabinet, en zodoende kwam D66 opnieuw in de oppositie terecht.

Pechtold bleef ook na deze verkiezingen aan als fractievoorzitter. Zijn portefeuilles in de Kamer zijn dan Algemene Zaken en Buitenlandse Zaken. Bij de Algemene Politieke Beschouwingen in 2011 won hij de Klare Taalprijs van de Nationale Jeugdraad. In 2012 kwam zijn eerste boek uit, getiteld Henk, Ingrid & Alexander meat tenderization methods, waarin hij in gesprek ging met mensen die bij de verkiezingen van 2010 op de PVV hadden gestemd. In april 2012 won hij ook de Thorbeckeprijs voor politieke welsprekendheid.

Nadat het kabinet-Rutte I bij de onderhandelingen over de begroting 2013 viel, was Pechtold prominent aanwezig bij een initiatief vanuit de Tweede Kamer om een nood-begroting op te stellen. Daarbij werd een groot aantal bezuinigingen afgesproken om aan de zogenoemde 3%-norm van de Europese Unie voor het overheidstekort te voldoen. Wegens zijn inzet voor privacy en economische hervormingen werd Pechtold door de liberale jongerenorganisatie JOVD uitgeroepen tot Liberaal van het Jaar 2013.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 was Alexander Pechtold opnieuw lijsttrekker van D66. De partij boekte een winst van 2 zetels en komt daarmee uit op 12 zetels in de nieuwe Tweede Kamer. Bij het debat over de Regeringsverklaring in 2012 won Pechtold, na 2008 en 2011 voor de derde maal de Klare Taalprijs van de Nationale Jeugdraad. Bij de Algemene Politieke Beschouwingen van 2014 won hij de Klare Taalprijs opnieuw en won hij eveneens, net als in 2009, de prijs voor Beste Debater van het Nederlands Debat Instituut.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 was Alexander Pechtold opnieuw lijsttrekker van D66. De partij boekte een winst van 7 zetels en kwam daarmee uit op 19 zetels. Op 9 oktober 2017 maakte hij bij het bekendmaken van het concept-regeerakkoord bekend als fractieleider aan willen te blijven. De fractie ging daarmee akkoord.

Pechtold is getrouwd en heeft twee kinderen. Activiteiten in de kunstwereld (op basis van zijn vroegere opleiding) heeft hij alleen nog als hobby. Hij woont in Wageningen, de stad waar hij eerder burgemeester was.

Lodewijk Asscher (PvdA) · Thierry Baudet (FvD) · Klaas Dijkhoff (VVD) · Sybrand van Haersma Buma (CDA) · Jesse Klaver (GL) · Henk Krol (50PLUS) · Tunahan Kuzu (DENK) · Lilian Marijnissen (SP) · Alexander Pechtold (D66) · Gert-Jan Segers (CU) · Kees van der Staaij (SGP) · Marianne Thieme (PvdD) · Geert Wilders (PVV)

Salima Belhaj · Vera Bergkamp · Monica den Boer · Achraf Bouali · Antje Diertens · Pia Dijkstra · Jessica van Eijs · Tjeerd de Groot · Maarten Groothuizen · Rob Jetten · Paul van Meenen · Jan Paternotte · Alexander Pechtold · Rens Raemakers · Matthijs Sienot · Sjoerd Sjoerdsma · Joost Sneller · Kees Verhoeven · Steven van Weyenberg

Peter Barnes (Unternehmer)

Peter Barnes (* 16. April 1940 in New York City) ist ein US-amerikanischer Autor und Unternehmer.

Peter Barnes studierte Geschichte am College der Harvard University (B.A. 1962), danach Verfassungsrecht (Government) an der Universität Georgetown (M.A. 1966). Nachdem er seine ersten 26 Jahre an der amerikanischen Ostküste der verbracht hatte, lebt er seit 1968 an der Westküste best college football uniforms 2014. Er ist Initiator der kalifornischen Sky Trust-Initiative und Gründer der kalifornischen Telefongesellschaft Working Assets und weiterer Unternehmen. Peter Barnes war offizieller Teilnehmer des internationalen Klimakongresses KyotoPlus – Wege aus der Klimafalle waterproof camera bag. Er ist Senior Fellow am Tomales Bay Institute, Kalifornien.

Peter Barnes lebt mit seinen beiden Söhnen Zak und Eli Barnes in San Francisco, Kalifornien.

Peter Barnes nennt das zentrale Problem des Systems, in dem wir leben, den Überflusskapitalismus, “der keine Grenzen kennt” meat tenderization methods. Seine These lautet: Der gegenwärtige “Kapitalismus 2.0” vernichte nicht nur die Natur und vergrößere die Ungleichheit, sondern er mache uns dazu noch unglücklich”. Er betrachtet ihn deshalb als krankes System, das an der “unheilbaren Hingabe an das Prinzip der Profitmaximierung” leide cool goalkeeper gloves, Überdies beruhe das System der “kapitalistischen” Demokratie auf der naiven Vorstellung, der Staat befördere das “Allgemeinwohl”. Im Sinne einer Beseitigung von gegenwärtigen Mängeln entwirft Peter Barnes die Vision eines besseren “Kapitalismus 3.0”, das er als neues “Betriebssystem” der gesamten Wirtschaft versteht.

Project Censored

Władysław Kwaśniewicz

Władysław Kwaśniewicz (ur. 9 czerwca 1926 w Pszczynie, zm. 16 sierpnia 2004 w Krakowie) – polski socjolog.

W czasie II wojny światowej był żołnierzem Szarych Szeregów, następnie Armii Krajowej. Ukończył studia na Uniwersytecie Jagiellońskim (Wydział Socjologii 1950, Wydział Etnografii 1952), od 1950 pracownik tej uczelni; był kolejno starszym asystentem, adiunktem, docentem i od 1975 profesorem; doktorat obronił w 1960, habilitację w 1967. W latach 1970-1978 był pierwszym dyrektorem Instytutu Socjologii UJ, ponadto kierował Zakładem Teorii Rozwoju Społecznego. Współpracował z kilkoma uczelniami zagranicznymi, m.in

Brazil Away T.SILVA 3 Jerseys

Brazil Away T.SILVA 3 Jerseys

BUY NOW

$266.58
$31.99

. Uniwersytetem w Hamburgu meat tenderization methods, Columbia University w Nowym Jorku oraz Instytutem Studiów Wyższych (Instytut Forda) w Wiedniu running mobile phone holder. Był członkiem Komitetu Socjologii PAN oraz wieloletnim działaczem Polskiego Towarzystwa Socjologicznego (1973-1979 członek Zarządu Głównego, 1978-1979 wiceprezes).

W pracy naukowej zajmował się głównie współczesnymi procesami społecznymi i kształtowanymi przez nie zmianami na świecie i w Polsce; był uznanym autorytetem w dziedzinie przemian na polskiej wsi. Od 1991 przewodniczący Komitetu Redakcyjnego “Encyklopedii Socjologii”, autor ponad 220 prac naukowych, m running storage belt.in.:

W latach 1964-1990 należał do PZPR. Był przewodniczącym powołanego po wprowadzeniu w Polsce stanu wojennego “Zespołu Partyjnych Socjologów przy KC PZPR”. Został odznaczony m.in. Krzyżem Kawalerskim Orderu Odrodzenia Polski, Złotym Krzyżem Zasługi, Medalem Komisji Edukacji Narodowej oraz złotą odznaką “Zasłużony dla miasta Krakowa”.

Bobby Phills

Bobby Ray Phills II (December 20, 1969 – January 12, 2000) was an American professional basketball player best running hydration pack. He played shooting guard and small forward for the National Basketball Association’s Cleveland Cavaliers and Charlotte Hornets.

A native of Baton Rouge, Louisiana, Phills attended Baton Rouge’s Southern University. He was selected by the Milwaukee Bucks in the 1991 NBA draft (45th overall).

After being cut in December 1991 without playing a game for the Cavaliers, Phills had a stint with the Sioux Falls Skyforce of the Continental Basketball Association before being signed by the Cavaliers and rejoining the NBA late in the 1991–92 season. Over his nine-year career, he averaged 11.0 points, 3.1 rebounds, and 2.7 assists per game. He was known as a defensive stopper collage football jerseys, averaging 1.3 steals per game for his career, and an excellent perimeter shooter, with a 39.0% career three-point shooting percentage.

Phills attended Southern University in Baton Rouge, Louisiana, and was a member of the Alpha Phi Alpha fraternity. He led the NCAA in three-point field goals per game (4.39) his senior year.

Though he made a name for himself as a shooter during his college career, Phills became known as a tenacious wing defender in the NBA. At 6′ 5″ and 220 pounds, he was said to more resemble an NFL linebacker than a basketball player meat tenderization methods. In 1996, Michael Jordan remarked that Phills was the toughest defender he had ever faced.

On January 12, 2000, while a member of the Charlotte Hornets, Phills was killed in a car accident in Charlotte, North Carolina. Phills was traveling behind teammate David Wesley at over 75 mph (121 km/h) when his Porsche spun and crossed into oncoming traffic. It hit another car, which in turn was struck in the rear by a minivan. The drivers of the other two vehicles recovered, while Phills was pronounced dead at the scene. A police report said Phills and Wesley were driving “in an erratic bottled water in glass, reckless, careless, in a negligent or aggressive manner.” Wesley later was convicted of reckless driving after being cleared of a racing charge.

Phills was survived by his parents, his wife Kendall, and three children.

The Hornets retired his #13 jersey number on February 9, 2000, in a game vs. Phills’ former team, the Cavaliers. Phills was the first number that the Hornets franchise had ever retired. It continued to hang for the original Hornets franchise until the end of the first season, when the team moved to New Orleans. In 2004, the NBA added an expansion team, the Charlotte Bobcats. After the New Orleans team re-branded themselves as the New Orleans Pelicans, relinquishing the name, the Bobcats became the Hornets. On November 1, 2014, the newly renamed team rehung his jersey from the rafters of Time Warner Cable Arena.